| Iedereen telt mee... |
|
|
Tegengaan sociale uitsluiting Veel organisaties onderkennen de gevolgen en risico’s van uitsluiting. Beroepskrachten en vrijwilligers stimuleren mensen om mee te doen in hun eigen omgeving. Daarom heeft de provincie Groningen, samen met CMO Groningen en Solidair Groningen & Drenthe een expertmeeting georganiseerd. Ruim 25 organisaties waren uitgenodigd. Daaronder waren de burgerlijke gemeenten, kerken, welzijnsorganisaties, scholen en woningbouwcorporaties.
Kerken en diaconie Bisschop Gerard de Korte van Bisdom Groningen-Leeuwarden inspireerde de aanwezigen met een inleiding over wat kerken in verleden en heden van doen hebben met sociale uitsluiting, armoede en participatie. “In de huidige samenleving is er veel bestaansonzekerheid. Na de Tweede Wereldoorlog hebben we een verzorgingsstaat opgebouwd, waarin we ons van de wieg tot het graf verzorgd wisten. Nu moeten we toe naar een participatiestaat. We worden steeds meer zelf verantwoordelijk voor ons leven en ons geluk. Vanuit de sociale leer van de christelijke kerken wordt de mens niet zozeer als individu maar wel als persoon gezien. Dit betekent dat de mens altijd in relatie staat tot andere mensen. We zijn samen gemeenschap en komen daarbij ook op voor de mensen die kwetsbaar zijn. De sociale leer laat zien dat er sprake is van een samenspel tussen meerdere partijen: overheid, markt en ondernemers, maatschappelijk middenveld en de individuele burger. Dit samenspel komt steeds meer onder druk te staan door individualisme en de economische druk. Hoe kun je voor je zieke ouders zorgen als je ook vier dagen betaald moet werken om je gezin draaiende te houden! Er moet weer gereflecteerd worden op de relatie tussen individu en samenleving. Kerken trekken hierover aan de bel.”
Ten tweede: bij God brengen; door gebed ontvang je kracht en moed om te doen wat gedaan moet worden. Zoals Jezus zei: “Alles wat gij voor de minste der mijnen hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan”. Als derde: handelen; handen uit de mouwen, open portemonnee (de kerken geven ruim 30 miljoen per jaar), giften in natura, voedselbank, invullen formulieren, microkredieten, activiteiten in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). De bisschop besluit met de tekst uit de bijbel: “Wie een ander mens gelukkig maakt, zal zelf gelukkig worden”. Armoede en kinderen Ellen Hogema van Solidair Groningen & Drenthe vertelt naar aanleiding van de aanpak ‘Doen en Meedoen’ wat het effect is van armoede op kinderen. Zij is geraakt door de verhalen van kinderen die in armoede opgroeien. Het heeft effect op hun gezondheid, op hun schoolprestaties en zeker ook op hun algemeen welzijn en zelfwaardering. Tegelijkertijd is het vaak zo eenvoudig om kinderen wel het gevoel te geven dat ze er helemaal bij horen. Vraag niet in het kringgesprek ‘waar zijn jullie op vakantie geweest’, maar ‘wat is het leukste wat jullie hebben meegemaakt’. Knutsel met elkaar met Sinterklaas de schoentjes in plaats te vragen om een schoentje mee te nemen van thuis. De definitie van armoede is ‘door langdurig geldgebrek niet meer volgens de maatstaven van de samenleving, waarin men leeft, kunnen meedoen aan wat “gewoon” wordt gevonden’. Dit vraagt gevoel voor wat die maatstaven zijn en wat wij met elkaar “gewoon” vinden. Onderzoekers verwachten dat in 2012 bijna 370.000 kinderen in armoede leven. De armoede neemt ook steeds meer toe onder mensen die wel degelijk een baan hebben. Langdurig opgroeien in armoede verdubbelt de kans dat een kind ook als volwassene in armoede leeft. Van de kinderen die 25 jaar geleden in armoede zaten, is 93% uit de directe armoede gekomen, maar deze mensen hebben wel lagere opleidingen, lager werk en minder vast werk. Ook hun gezondheid is slechter. Kinderen uit bijstandsgezinnen hebben aantoonbaar veel minder toegang tot een veilige woonomgeving, kleding en sociale participatie bij sport en cultuur. Alleen wat betreft pesten en spijbelen is er geen verschil tussen arme en niet-arme kinderen. Er zijn veel drempels binnen gezinnen en in voorzieningen die dit alles versterken. Ellen Hogema roept op tot meer samenwerking van organisaties en hoe in dat netwerk continuïteit te brengen; tot nadenken over hoe we met elkaar, met name de kwetsbare kinderen omgaan en ons daarin scholen; tot meer stimuleren van onderwijs en dit toegankelijk maken; tot het doorlichten en vereenvoudigen van procedures. Drie perspectieven in het omgaan met armoede
Na de lunch vertelde Koos Goedegebuur van het Instituut voor Financiële Zorgverlening over drie perspectieven van waaruit je naar armoede kan kijken, namelijk vanuit solidariteit, vanuit de dienstverlening en vanuit het ‘slachtoffer’. Deze perspectieven kunnen ‘last van elkaar hebben’ als mensen verschillende verwachtingen van elkaar hebben. Het gaat erom dat je mensen aanspreekt op de zorg die ze nodig hebben én op de verantwoordelijkheid die ze hebben. Dus niet pamperen, maar mensen helpen hun verantwoordelijkheid te nemen. Er zal altijd een groep mensen zijn die niet mee kan doen, dat is ook een realiteit die we moeten onderkennen. Het is heel belangrijk dat we kijken naar de onderliggende factoren van armoede en niet aan symptoombestrijding doen. Koos Goedegebuur geeft o.a. de volgende aanbevelingen mee: bij voedselbanken training en cursussen geven; training contact met dienstverleners voor klanten; investeren in relaties en netwerken en in hulpverlening; geld en tijd besteden aan structurele problemen; taboe rond armoede doorbreken; positie doelgroep verbeteren; ontwikkelen mogelijkheden en verbeteren zelfbeeld. |